De Verrassing

Verhalen voor Kinderen van 6 - 9 jaar

Door Tine Brinkgreve - Wicherink, (1880-1936)
Met Platen van Jaap Veenendaal, (1903-1981)
Uitgever G. B. Van Goor Zonen - Gouda, 1928

Serie Gezellige Uurtjes, No. 27

Dit boek bevat 8 verhaaltjes:
De verrassing
Oudejaarsavond
Het vogelnestje
Rietje en Clara
Klaasje's Sinte Maarten
De prijs
De pad
Jetje en Wies

Fragment uit De verrassing:
"En nu moeten jullie eens vertellen, wat hadden jullie eigenlijk gehoopt, dat Sinterklaas voor je zou meenemen. Zeg jij 't eerst eens, Leny?"
"Ja, ziet u, Sint-Nicolaas," - Leny's wangen waren hoogrood: "Ik had zoo graag een mooi groot sprookjesboek met platen, waar moeder 's avonds uit zou kunnen voorlezen."
De hand van Sinterklaas tastte nu in den zak, die geopend op zijn knieën stond. "Zou dit dan iets voor je zijn?"
Met een jubelkreet pakte Leny het mooie boek aan, dat de Sint haar toereikte. "Ja, ja, Sint-Nicolaas! O, dank u wel!"
Ze vloog naar moeder, die bij de tafel zat, om de schat te laten zien.
"En jij, kleine jongen, wat is jouw wensch?"
"Ik, Sint-Nicolaas, ik wou zoo graag een mechanodoos hebben, met ijzeren plaatjes en radertjes, waar je allerlei moois van kan maken."
Weer ging de hand in de zak: een lange, plat-cartonnen doos kwam te voorschijn.
"Bedoel je dit?"
Bijna had Broer van pure blijdschap de doos laten vallen. Ook hij rende naar tafel, lichtte het deksel op, en riep, neen: gilde: "Ja, ja, Sinterklaas, dit is hem; o, dank u wel!"
"Mevrouw, nu kom ik voor u met leege handen. Ik wist niet wat uw wenschen waren!"
Even hief Broer het hoofd op: Leny zat al te lezen. Wim draaide al schroefjes in de gaatjes van een metalen plaat.
"Moeders wensch was, dat vader vanavond thuis had kunnen komen; dat zei ze een paar dagen geleden!"
"Zoo, zoo!" 't Klonk ineens heel anders, luider, forscher! In enkele stappen was Sinterklaas in de gang. Moeder volgde hem verbaasd. En toen, toen keek ze nog vreemder, want Sinterklaas trok de kamerdeur achter zich dicht, en pakte moeder ineens om het middel. En toen, toen rukte hij het masker af, en moeder zag - géén vreemd gezicht, maar een heel lief, bekend gelaat. En ze riep uit: "Hugo? Hoe is 't......." Maar hij hield haar de hand voor den mond en kuste haar meteen.
"Stt! Denk om de kinderen. Straks kom ik terug! Nu gauw naar tante Anna, om me weer te verkleeden."
"Dus tante Anna wist dat je kwam?"
"Een week geleden al! We wilden je verrassen!"
Enkele oogenblikken later reed het rijtuig met de belletjes weer weg, en met stralende oogen kwam moeder binnen. En na een uurtje, juist toen ze naar bed zouden gaan, werd er gebeld, en daar was vader.
Aan 't gejuich kwam geen eind.

Fragment uit Klaasje's Sinte Maarten:
Dicht langs de huizen liep hij een eindje, kwam toen bij de smalle, stille zijstraat, waar het donker was. Vreemd was het hem hier niet, want zijn school was er in de buurt, maar zoo bij avond leek alles toch anders. Kalm op zijn doel afgaande, zette hij de kleine voetjes neer, begon zacht voor zichzelf het Sinte-Maartensliedje te zingen. Hij moest het toch goed kennen straks:

"Sinte, Sinte Maarten,
Kalveren dragen staarten,
Koeien dragen horens,
Kerken dragen torens,
Torens dragen klokken,
Meisjes dragen rokken,
Jongens dragen broeken,
Oude-wijven schorteldoeken.
Brand in de lantaren,
De vonken vliegen er uit,
De meisjes loopen om garen,
De jongens om beschuit.
Sinte-Maarten is zoo koud,
Geef me een turfje of een hout,
Geef me een appel of een peer......."

Toen:
Een gejoel klonk achter hem, dat snel naderde, gedraaf en gehos van vlugge jongensvoeten. Klaasje voelde zich op zij geduwd, tegen den muur aan, doch dat was niet het ergste. Een der belhamels gaf een schop tegen de lampion, schreeuwend: "Brand in den lantaren!" - De lampion duikelde om den stok heen, het papieren omhulsel kwam in aanraking met de kaarsvlam en : ja, de vonken vlogen er uit!
Wezenloos keek Klaasje naar de in-brand-gevlogen lampion, zijn handjes hielden nog krampachtig de lat vast. "Da's gemeen," riep een stem, terwijl een paar van de jongens, de dader natuurlijk vooraan, het op een loopen zetten. Er werd nog geroepen: "Dat heeft Jan Vink gedaan!"
"Uittrappen, uittrappen!" klonk het nu naast Klaasje en grove schoenen trapten de nog even omhooglaaiende vlammetjes naar den grond, zoodat niets meer overbleef dan een hoopje asch, rommel. Een goedig meisje, dat ook toegeschoten was, zocht het eindje kaars op, duwde het Klaasje in de hand.
"Dáár, dat kan je misschin nog gebruiken. Jan Vink heeft altijd van die gemeene streken!"
Wanhopig, verslagen, stond Klaasje nu weer alleen, tegen den muur. Snikken welden omhoog uit zijn keeltje en de tranen vloeiden uit zijn blauwe kijkers....