In en om het Rozenhuisje

Een dik boek voor de hééle kleintjes

Door S. Abramsz, (1867-1924)
Uitgever L.J. Veen - Amsterdam, 1922

Voorwoord:
Een dik boek voor de hééle kleintjes.
Ik hoop, dat die hééle kleintjes er veel genoegen mee zullen hebben. En, eerlijk gezegd, ik verwacht het óók wel, want alles wat ik in dit boek heb verteld, is uit hun eigen klein wereldje gegrepen en ik heb gepoogd, het in hun eigen ongekunsteld taaltje weer te geven. Hoe oud ik me de kleintjes denk, voor wie In en om het Rozenhuisje is geschreven?
Zes, zeven, acht jaar.
Dat wil niet zeggen, dat het ook niet door oudere kinderen kan worden gewaardeerd, maar ik bedoel, dat het voor zes- tot achtjarige kleinen niet te hoog gaat. Natuurlijk reken ik er op, dat het aan de kleuters, die de leeskunst nog niet, of nog maar nauwelijks verstaan, zal worden voorgelezen.

S. ABRAMSZ Velp, Wintermaand 1922.

Korte inhoud:
Achttien kort verhaaltje met dagelijkse belevenissen, het gehele jaar door, van de vijfjarige tweeling Treesje en Keesje, Vader, Moeder, Hek, de hond, en Mien de poes.

Fragment uit: Een heerlijk ochtendje

Tingeling - daar ging de bel....
Een Sinterklaaspakketje!
Daar zat van alles, alles in:
O, o, dat was een pretje!
Keesje vond het een mooi versje, maar meteen keek hij weer eens naar het mandje, want, dacht het ventje, "daar zit óók van alles in!"
Vader zag, dat Keesje naar 't mandje keek en moest lachen. En Moeder ook.
"Kom," zei Moeder, "nu ga ik eens verder met uitpakken. Goed Keesje?"
Keesje knikte met groote oogen van ja. Toen haalde Moeder een lang pakje uit het mandje. "Voor Keesje," stond er op. Hé, wat zou dat wezen!
"Kun je raden wat er in zit Keesje?" vroeg Vader. Nee, hoor, dat kon Keesje niet. Vader knoopte nu het touwtje los, dat eromheen zat en Keesje mocht het papier eraf halen. En wat zat er in?
Een harkje! Wat was Keesje dáár rijk mee! "Nu kan ik óók in den tuin harken, nèt als Vader!" riep hij en begon warempel over zijn dekens te harken. Maar Moeder zei lachend: "Nee, Keesje, dàt niet! Anders hark je me nog de dekens stuk!"
En wat kreeg Treesje?.... Oók een lang pakje? Nee, maar 't was toch óók niet zoo erg klein. Treesje maakte het weer geduldig open en ze vond?
Iets, waar ze allang naar had verlangd: een paar keurige, blauwe winterpantoffeltjes! En op ieder pantoffeltje zat een blauw strikje!
Treesje kreeg een kleurtje, toen ze 't zag - zóó mooi vond ze ze en ze vroeg: "Zijn die voor den Zondag, Moesje?"
"Nee," zei Moesje, "voor alle dagen!"
En toen was Treesje dubbel zoo blij!
Zal ik nu vertellen, wat er nog méér in het mandje zat?
Voor Treesje een Sinterklaaspop en voor Keesje óók een Sinterklaaspop; voor Treesje een schaartje van suiker en voor Keesje een nijptangetje van chocola!
En toen was het mandje leeg. Maar Treesje en Keesje hadden de handen vol!