Puk en Muk

Het Grote Puk en Muk boek

Verzamelbundel, bevat:
Puk en Muk in de onderwereld
Puk en Muk boevenstreken
Puk en Muk in sprookjesland
Puk en Muk en de heks
Puk en Muk naar de maan
Puk en Muk de drakendoder

Een bewerking van de oorspronkelijke verhalen van Frans Fransen
Illustraties Carl Storch
Uitgeverij Zwijsen, 1978

De Oostenrijkse tekenaar Carl Storch (1868-1955) was de geestelijke vader van de twee kabouters. Reeds in 1906 publiceerde hij tekeningen van Puk en Muk in het kindertijdschrift de Seraphischer Kinderfreund.
De Tilburgse frater Franciscus Xaverius (Adrianus Joannes Franciscus) van Ostaden (1896-1961) schreef vanaf 1926, onder het pseudoniem Frans Fransen, bij deze tekeningen vervolgverhalen in het door het R.K. Jongensweeshuis in Tilburg uitgegeven tijdschrift De Engelbewaarder. Een jaar later werd het eerste verhaal in boekvorm uitgegeven.
Storch en Fransen maakten samen 12 Puk en Muk boeken. Na de Tweede Wereldoorlog verschenen er nog vier boeken, die door Leo van Grinsven werden geïllustreerd.
Later zijn er boeken opnieuw uitgegeven en bewerkt door Tim Safery en Jos Haens.
Van 1927 tot 1985 zijn er meer dan een kwart miljoen boeken gedrukt van Puk en Muk.
Door de KRO werden in 1951, in de jeugduitzending "De Wigwam", vijf vervolghoorspelen over Puk en Muk uitgezonden.
Bron: "Puk en Muk uit de schaduw van Tilburg" door drs. Kees Kolen.

Voor verdere en meer uitgebreide informatie over Puk en Muk, verwijzen wij u naar:
www.puk-en-muk.nl.nu

Titels:
Puk en Muk
Reizen van Puk en Muk (2delen)
Muk de drakendoder
Puk en Muk en de Heks
Puk en Muk op de tandem
Puk en Muk in China
Puk en Muk en Moortje naar Amerika
Puk en Muk in China
Puk en Muk door Afrika (2delen)
Puk en Muk in Ridderland
Puk en Muk naar de maan
Puk en Muk thuis
Puk en Muk en Schobbejak
Jennemieke van Puk en Muk
Prinses Rosalinde
Puk en Muk in de onderwereld

Bewerkte titels:
Puk en Muk vliegen om de wereld
Puk en Muk onder de wereld
Puk en Muk in het land van de mensen
Puk en Muk in de moderne wereld
Puk en Muk met Moortje op reis
Puk en Muk bij de heks
Puk en Muk in sprookjesland
Puk en Muk op zwerftocht
Puk en Muk boevenstreken
Het grote Puk en Muk boek .

Korte inhoud:
Puk en Muk wonen in het Derde straatje achter Luilekkerland. Het zijn twee kleine jongens, niet groter dan een stoelpoot. Zij zijn de neefjes van Klaas Vaak. In totaal heeft Klaas Vaak wel meer dan tien neefjes. Ver van de grote mensen wereld, helemaal achter Luilekkerland heeft Klaas Vaak een huisje gebouwd voor zichzelf en zijn jongens. Daar vertelt hij spannende verhalen, doch er moet ook gewerkt worden en het voornaamste werk is: slaapzand zoeken. Slaapzand is het fijnste zand van de wereld, dus dat vind je niet zomaar overal. Elke dag trekken de jongens erop uit om van dat zand te zoeken. Tegen de avond moeten ze allemaal een handje vol bij elkaar hebben, om alle kinderen van de wereld in slaap te krijgen.
Klaas Vaak is niet eenzaam, hij krijgt veel visite, zoals meneer Boeboe en Doppie Zevenslaap en mannetje Tinkel. En vooral vrouw Holle, niet te vergeten. Ook Uileman wipt nu en dan even bij Klaas Vaak aan. Of Lekkerbeentje, of Lange Pier en soms komt er ook een heel bijzondere gast, zoals Tijl Uilenspiegel, de koning van Grapjassen- en Lolbroekenland!
Bij de aardmannetjes hebben Puk en Muk een ontmoeting met koning Barbalonga, reus Knolleneus en vrouw Holle.
De heks Friponne speelt een minder fraaie rol, als zij Moortje bij haar thuis opsluit en hem in een kikker verandert. Puk en Muk helpen Moortje te ontvluchten en brengen hem weer thuis bij Klaas Vaak, die hem gelukkig van zijn kikkerpakje afhelpt.
Op de maan hebben Puk en Muk een ontmoeting met het mannetje Hanneke Maan en vliegen ze op een houten paard langs de melkweg en sterren.
Bij Klaas Vaak woont ook één meisje en dat is Lolly, een lief meisje dat altijd vrolijk is, nooit ruzie maakt en waar alle neefjes dol op zijn. Op een dag is Lolly verdwenen. Van het mannetje Rijmelaar hoort Klaas Vaak dat Lolly door een draak gevangen wordt gehouden. Omdat Puk ziek is, gaat Muk alleen erop uit om Lolly uit de klauwen van de draak te redden. Dat lukt hem uiteindelijk omdat de draak kiespijn heeft en Muk hem van zijn zieke kies afhelpt door een knalbus in zijn bek te laten ontploffen, waardoor de draak voorgoed verslagen is.

Fragment uit "Puk en Muk naar de maan":
Plotseling hoorden ze voetstappen. Angstig keken Puk en Muk elkaar aan. Voetstappen....
"Hoor je dat, Muk?"
Roerloos spitste Muk zijn oren.... "Het lijken geen kindervoetjes. Net de stappen ven een grote kerel!"
"Verdikkie, Muk! Misschien is het Hanneke Maan, je weet wel, waar oom laatst van vertelde! Nou, hou je dan maar taai, joh. 't Zou best eens een ouwe knorrepot kunnen wezen die ons weg wil jagen. En praat vooral je mond niet voorbij."
Muisstil bleef het tweetal wachten, terwijl het geslof en geklos duidelijk naderbij kwam. Opeens zagen ze tussen twee beren een oud mannetje verschijnen.... een heel oud mannetje met een baard tot op z'n tenen. Op z'n rug droeg hij een bos hout. In zijn rechterhand hield hij een vreselijke knuppel. Vreselijk? Nee, toch niet. Puk en Muk zagen meteen dat het mannetje waarschijnlijk niets kwaads van plan was. Het schrok alleen maar en zette grote ogen op. Het keek erg verbaasd nu hij plots twee zulke peuters voor zijn voeten zag. Even was het stil. Even maar, want Puk en Muk namen tegelijk hun mutsen af en riepen: "Dag Hanneke Maan! Hoe gaat het ermee?"

Puk en Muk en Schobbejak

Door Frans Franssen, (frater Franciscus Xaverius (Adrianus Joannes Franciscus) van Ostaden (1896-1961)
Met bandtekening en illustraties van Leo van Grinsven, (geb. 1912)
Uitgegeven door Drukkerij van het R. K. Jongensweeshuis, Tilburg, 1949

Nihil. Obstat: J. de Lepper M.S.C. libr. cens. Tilburgi, 13 Januarii 1949
Evulgatur: F.N.J. Hendrikx, Vic. Gen. Busc. Buscoduci, 14 Januarii 1949

Korte inhoud:
Als Oom Klaas een brief van koning Neppo-Neppi ontvangt, waarin hij schrijft dat zijn dochtertje Gondelijntje verdwenen is, besluiten Puk en Muk haar te gaan zoeken. Op hun ponny vertrekken ze naar het land van de Neppers.
Onderweg brengen ze een bezoek aan Holle-bolle-Gijs, die mager van verdriet geworden is. Hij vertelt dat het land bezet is door de Slokoppers, die het land binnenvielen op een mooie dag in mei. Ze roofden en plunderden, zodat er bijna geen eten meer was. Omdat Holle-bolle-Gijs een versje gemaakt had, waardoor de Slokoppers hem bedreigden, moest hij fl. 250,- boete betalen, waardoor hij geen geld meer had om eten te kopen. Puk en Muk delen hun boterhammetjes met hem en als ze weer verder gaan, komen ze langs het schoenmakertje Jantje Glazenkast, dat plotseling Baron is geworden en veel geld heeft. Hij is een vriend van de Slokoppers geworden en noemt ze het Herrenvolk. Van zijn vroegere vriend Holle-bolle-Gijs wil hij niets meer weten, omdat die meer vriend is van het land van Jan Bul, dat aan de overkant van de Mosselenzee woont.
Die Jan Bul en z'n volk sturen over de radio boodschappen om de Herren het land uit te smijten. Van de Herren kreeg Jantje een driehoekje op z'n jas gespeld van de B.N.S., dat betekende: Ben Nu Slim. Nu mag Jantje voor burgemeester leren. Als Puk en Muk vertellen dat ze op weg zijn naar koning Neppo-Neppi, vraagt hij ze langs te gaan bij een vriend van hem, die op een rots woont en die veel van kinderen houdt. En inderdaad, als ze verder gaan komen ze een man tegen, die z'n rechterarm stijf voor zich uit steekt en "Heil!!" roept. Hij stelt zich voor als Schobbejak en neemt Puk en Muk mee naar zijn huis. Daar ontmoeten ze zijn knecht Joessoef, die kreupel is. Schobbejak hoort de jongens uit over hun land en wordt zo woedend wanneer zij geen goed antwoord geven, dat hij begint te razen en te tieren. Opeens pakt hij een mat van de vloer en bijt er zomaar een hap uit. "Ik zal jullie ausradieren!!!" schreeuwt hij. Dan worden Puk en Muk opgesloten in een donker kot en worden later door Joessoef naar een groot gebouw gebracht, waar boven de deur Burg Tuchthausen staat.
Puk en Muk moeten voor een soort rechtbank verschijnen en moeten over Oom Sam uit Amerika vertellen. Omdat ze hierover niets weten, worden ze vastgehouden en ontmoeten ze tot hun blijdschap prinses Gondelijntje, die met een stel vriendjes en vriendinnetjes hier ook gevangen zit. Als Puk en Muk gesnapt worden bij het afluisteren van een vergadering van Schobbejak, worden ze door Joessoef naar het concentratiekamp Moorddorp gebracht.
Ze worden kaalgeknipt, krijgen gestreepte pakjes aan met een nummer erop en worden in een barak gestopt. Hun taak is om de hondenhokken schoon te maken en zo weten ze afvalbrood en vlees van de honden mee te smokkelen voor de hongerige mannen in hun barak. Een medegevangene, Willem, helpt de jongens ontsnappen, door ze in een tonnetje te stoppen, dat door een voerman wordt opgehaald. Buiten het kamp worden ze naar de boerderij van Bart en Mie Plak gebracht. Daar zijn nog meer mannen ondergedoken. Puk en Muk krijgen nu andere namen en heten voortaan Pietje Plak en Max Plak.
Ze leven een tijdje vredig op de boerderij, totdat er op een dag een nieuwe burgemeester komt. Het blijkt Jantje Glazenkast te zijn en omdat hij Puk en Muk kent, moeten ze nu vluchten. Per watervliegtuig vluchten ze naar het land van Jan Bul, over de Mosselenzee. Daar komen ze bij een groep soldaten terecht en worden echte stoottroepers. Ze krijgen een soldatenpakje aan en leren parachutespringen. Als de soldaten in actie moeten komen, springen Puk en Muk boven het kapotgeschoten land naar beneden. Samen met de soldaten rijden ze in een jeep naar Moorddorp, het beruchte concentratiekamp, dat nu bijna leeg is, alleen een paar Zwijnhonden lopen er nog rond, die door de soldaten worden doodgeschoten. Ze rijden door naar Burg Tuchthausen, in het land van Schobbejak, en daar vinden ze prinses Gondelijntje en haar vriendjes terug. Nu horen ze ook dat Schobbejak dood is. Ze nemen afscheid van de soldaten en met de jeep brengen Puk en Muk Gondelijntje terug naar haar vader koning Neppo-Neppi. Wat zijn ze blij en er wordt groot feest gevierd. Als ze uiteindelijk terug naar het land van Klaas-Vaak gaan, hebben ze een fijne kist sigaren van de koning mee voor Oom Klaas. Onderweg ontmoeten ze ook weer Holle-bolle-Gijs en Jantje Glazenkast. Jantje is geen baron meer, hij schaamt zich en heeft erge spijt. Holle-bolle-Gijs is weer dik en vrolijk en heeft Jantje alles vergeven. Ze zijn weer goede vrienden geworden.

Fragment uit het boek:
Zo komen Puk en Muk terecht in 't concentratiekamp. Ze rijden er binnen door 'n grote poort, aan weerszijden bewaakt door 'n schildwacht. Dan gaat 't over 'n lange, lange, brede weg, waarlangs ze veel houten barakken zien staan.
Ze denken niets anders, of ze rijden door 'n dorp. Bij 'n fraaie stenen woning houden ze halt. 't Is net 'n villa. Rondom liggen goed onderhouden bloemperken. Dat is 't huis van de kampcommandant. Van binnen blinkt en glanst er alles. 't Is er alles piek, piek! Maar de man die in deze woning huist is 'n grote bullebak. De ontvangst is dan ook erg hartelijk!
Hij snauwt en brult tegen Puk en Muk, of hij 'n heel regiment soldaten commandeert. Maar Puk en Muk kennen dat al lang. Met alle Herren, waarmee ze kennis hebben gemaakt, ging dat zo, te beginnen met Schobbejak zelf. De jongens trekken zich er geen zier van aan, ze geloven 't wel!"
"Dus jullie zijn die twee uit Burg Tuchthausen, nu ben je hier in kamp Moorddorp. En ik zeg je, om te beginnen, hier zul je zulke streken niet uithalen. Wie hier sabotage pleegt, worden er die kuren voor eens en voorgoed uitgeranseld. Begrepen!!!"
Nee, ze begrijpen het niet. Ze weten niet eens, wat sabotage is.
"Je hoeft ook niet te proberen weg te lopen. 't Hele kamp is omringd met wachtposttorens. Dag en nacht zitten daar bewakers op met 't geweer in de aanslag. Wie wil vluchten wordt zonder waarschuwing doodgeschoten. 't Is hier werken, werken, werken tot je er bij neervalt. Er lopen hier in 't land veel te veel boeven rond. Wie geen vriend wil zijn van Schobbejak, moet maar ondervinden, wat hij met z'n vijanden doet."

Nu moet er 'n kampbewaker komen.
"Knip deze twee zo kaal als 'n biljartbal. En zoek 'n pak voor hen op. 't Zal wel allemaal te groot zijn, maar dan knip je maar stukken van de mouwen en broekspijpen. Klompen hebben we maar één maat. Dat is dus al heel gemakkelijk. Lever ze dan af aan barak 37".
De bewaker steekt z'n rechterhand uit en zegt dan: "Heil Schobbejak!"
Dan moeten Puk en Muk mee. Eerst worden ze kaalgeknipt en dan gaan ze 't bad in. Hun Klaas-Vaak pakken moeten ze voor de deur laten liggen. Als ze klaar zijn, krijgen ze daarvoor in de plaats 'n concentratiekampboevenpak, gestreept als 'n pyama. Op Puk z'n pak staat 1000 en Muk heeft 1001. In plaats van hun stevige schoenen krijgen ze elk 'n paar klompen die 'n kilometer te groot zijn. Ze kunnen niets dan sloffen. Als ze hun nieuwe costuum aan hebben, kijken ze elkaar 'ns aan, want zoiets hebben ze nog nooit gezien. En die Muk wil zowaar gaan lachen.
"Vooruit, jullie", snauwt de bewaker, "vooruit, mee!" En ze sloffen de kant uit, waarheen de man wijst. Die stapt er langs met 't geweer op de schouder.