Annemarieke

Annemarieke

Naar het gelijknamige hoorspel
Door Peter Jaspers,
(Petronella Jaspers, 1918-1964)
Uitgave van Hollandia N.V. Baarn, 1958
Foto-omslag Eddy Posthuma de Boer

Boek naar aanleiding van hoorspelafleveringen over Annemarieke, uitgezonden op de radio in de vijfiger jaren.

Uit het voorwoord van Wim Ibo:
Na het beëindigen van de eerste serie radio-programma's "Annemarieke" bleek het lezen van dit boek een prettige verrassing voor mij in petto te hebben. Want ondanks de kritische beluisterde uitzendingen op zondagavond, waardoor de karakters van de hoofdrolspelers en de "grote gebeurtenissen in het leven van een klein meisje" me zo vertrouwd zijn geworden, ervoer ik het lezen van diezelfde avonturen als iets dat nieuw was en dat me tot de laatste bladzijde gevangen hield.
Of was het misschien juist de herkenning die me boeide?
Of was het misschien de voldoening dat het leven van Annemarieke langer is dan een half uur?
Of.... was het omdat Peter Jaspers zo uniek schrijft over Het Kind?
Ja, dàt was het!

Belevenissen van een klein meisje in de grote stad
Annemarieke Verdonck verhuist van klein dorp naar een grachtenhuis in Amsterdam. Ze krijgt hier al snel nieuwe vrienden. Pia, Carla, Marjolein, Martie en René. Ze heeft ook een onzichtbare vriend: Meneer Govert. Hij helpt haar en waakt over haar. Hij woont in de Westertoren, zodat hij Annemarieke van boven af altijd kan gadeslaan.

O Annemarieke, de wind is zo guur.
'k Wil korte mouwen en jurken met bloemen,
aldoor een trui, dat verveelt op den duur.

Fragment uit het boek:
"Wat ben jij nou aan 't doen?" Op de rand van het bed zat meneer Govert. Hè, die kwam tegenwoordig ook op de vervelendste momenten.
"Dat zie je best," zei ze een beetje kriegel. "Ik ben m'n zomerjurk aan 't passen."
Hij snoof. "O, doe je dat altijd als 't tegen december loopt?"
"Nee, dit jaar voor 't eerst. Ik ben bijna 12."
Meneer Govert snoof spottend. "Wou jij misschien zó naar school? In een zomerjurk met witte sokjes door de hagel. Stapel!"
"Ik wou dat ik wist wat je mankeerde," zei meneer Govert ongeduldig.
Ze nam het kleine krukje en ging voor hem zitten. "Meneer Govert," vroeg ze, "ben jij wel eens verliefd geweest?"
"Verliefd?" bromde hij en hij kuchte verlegen. "Ach ja, wie niet hè? Zoiets overkomt je. Zoiets is er ineens. En dan kun je later wel zeggen: hoe bestáát 't, maar op 't moment zelf...."
"Ben je de gelukkigste en treurigste mens op de hele wereld," vulde ze aan.
"Dat is overdreven," zei hij, "maar goed, je bent dus verliefd. Is hij leuk?"
"Nee. Niemand zou em willen hebben. Ze vinden em een slome."
"Daar hoef je niet zo verheerlijkt bij te kijken," zei hij stekelig. "Wat jij er dan zo geweldig aan vindt, begrijp ik niet."
"Begrijp je dat niet? René is gewoon anders dan de anderen. Hij is helemaal niet sloom, maar dat snapt niemand. Hij voetbalt toevallig niet en hij vecht niet altijd zoals de meeste jongens. Maar hij denkt verschrikkelijk veel en hij leest eeuwig. Hij kan voorlezen, zo mooi, dat je alles ziet gebeuren."
"Een eeuwige lezer," overwoog meneer Govert, "ja, dat is wel iets aparts. Hoe zit het eigenlijk. Is hij ook verliefd op jou?"
"Ik weet 't niet," zei ze eerlijk. "Ik geloof, dat ie me niet eens ziet. Altijd met een trui en een broek, net als iedereen. Wat is daar nou an?"
"Wat is daar nou an!" Meneer Govert maakte zich gewoon kwaad. "Wordt zo'n René nou verliefd op een meisje of op een klerenkast. Jij bent toch ook niet verliefd geworden op zijn zomerjurk?"
"Flauw hoor. Je moet echt niet denken, dat je leuk bent. Hij valt op, omdat ie zo knap is en altijd de rustigste van de klas. Maar ik ben in alles gewoon. Soms geef ik goeie antwoorden en soms weet ik niks en soms heb ik de slappe lach en soms heb ik geen zin om keet te maken. Maar dat heeft iedereen... Net als een lange broek en een trui."
"En nou wil je dus in de zomerjurk naar school, omdat zo'n René je dan tenminste ziet."
"Praat toch niet aldoor over "zo'n René". Dat vind ik misselijk van je," viel ze uit.
"Neem me niet kwalijk," glimlachte meneer Govert, "ik ga wel."


Annemarieke deel 2

Annemarieke
Deel 2 "De Vier Heemskinderen"

Door Peter Jaspers,
(Petronella Jaspers, 1918-1964)
Foto-omslag Eddy Posthuma de Boer
Uitgave Hollandia N.V. Baarn, 1959

Belevenissen van Annemarieke, Martie, Marjolein en René op de H.B.S.

Zeg Annemarieke, wat schud je je hoofd.
geen grote mensen, er zijn toch nog grenzen,
laat ons met rust. Dat was eerlijk beloofd.

Fragment uit het boek:
"Doe je trui es omhoog, Annemarieke," verzocht Marjan.
"Zie je wel, nou draag je weer geen hemd."
"Niemand draagt een hemd," zei Annemarieke kribbig. "Dat is ouderwets. Ik heb toch een dikke jumper."
"Maart is een gevaarlijke maand," zei Marjan. "Dan kun je het net te pakken krijgen."
"Je doet net of je zelf jaeger draagt," zei haar dochter bits.
"Je hoeft geen jaeger te dragen," zei mevrouw rustig. "Maar wel een hemd. Ik erger me iedere dag aan jullie allemaal. Als jullie bukken, zie ik een hele naakte streep. Dat is veel te koud."
"Straks mogen we niet eens meer bukken," zei Annemarieke, steeds weerspanniger.
"Je kan op handen en voeten lopen, wat mij betreft," grinnikte Marjan. "Maar je moet je ordentelijk aankleden."
"Ordentelijk," zei Annemarieke vol afschuw. "Wat is nou ordentelijk. "Als je dat woord maar niet zegt waar de anderen bij zijn."
"Aan dat woord mankeert niets," zei Marjan leuk. Jou mankeert een hemd."
"Laatst vertelde je," zei Annemarieke nadrukkelijk, "dat je zelf ook je ondergoed uitliet vroeger, omdat 't zo afschuwelijk was. Je deed 't alleen stiekem."
"Maar m'n hemd hield ik aan," zei Marjan even nadrukkelijk. "Jullie hebben iedere keer wat nieuws, later krijg je rheumatiek."
"Grote mensen bemoeien zich met alles," viel Annemarieke uit. "Met wat je eet en met wat je draagt en met wie je omgaat en met wat je doen moet op een gezellige avond."
"Daar heb jij nogal last van," wierp haar moeder tegen.
"Ja!" schreeuwde haar dochter. "Jullie organiseren alle aardigheid uit ons leven."
"Ja, zo zijn we," zei Marjan bedaard. "Daar is je vader. Die is van alles gaan halen voor de klasse-avond."
"Dat hoefde niet," zei Annemarieke wanhopig. "Iedereen brengt wat mee. 't Had haast geen cent hoeven kosten." "Laten we afspreken, dat we het voor ons plezier doen," zei Marjan, wat er niet eens zo ver van af was.
"Dag jongens," zei meneer hartelijk. "Wat doen we voor ons plezier?"
"Alles!" snikte Annemarieke. "Ik ga naar m'n kamertje."
"Wat is er in 's hemelsnaam gebeurd?" vroeg Jaap.
"Ik begrijp het ook niet," zei z'n vrouw ontdaan. "Ik zei dat ze een hemd moest dragen. En toen zei zij, dat grote mensen alle aardigheid uit kinderen hun leven organiseerden..."
"Daar zit iets in," knikte Jaap.