KLIEUW

De Geschiedenis van een Zeemeeuw

Door Dr. Nic. Tinbergen, (1907-1988)
Illustraties van de auteur
Derde druk
Uitgever L. J. C. Boucher - 's Gravenhage - 1960
Voor het eerst verschenen in 1948

Gedurende de Tweede Wereldoorlog verbleef Nico Tinbergen enig tijd in het gijzelaarskamp St. Michielsgestel. Vandaaruit stuurde hij brieven aan zijn kinderen waarin hij, voorzien van vele tekeningen, de avonturen van Klieuw de zeemeeuw vertelde.

Korte inhoud:
Avonturen van Klieuw, de zeemeeuw, zijn broertje Kees en zusje Liesbet. Als hij groot is gaat hij met Klia, zijn vriendin, een nest bouwen op Texel. Daar legt Klia 3 eieren, waaruit Jaap, Toos en Dik worden geboren. Zij zijn genoemd naar de kinderen van meneer Tinbergen, als dank voor het wegjagen van de vos, toen deze de eieren wilde stelen.
Kijk maar, hoe meneer Tinbergen vanuit zijn schuiltentje door een kijkgaatje naar de meeuwen zit te loeren!

Fragment uit het boek:
Elke dag probeerde Klieuw of hij al vliegen kon. Ook Kees en Liesbet probeerden het. Kijk ze maar eens fladderen en springen! Maar aldoor mislukte dat, en dan lagen ze o zo gauw te spartelen op de grond. Hun vleugels waren immers nog te klein; die moesten nog groeien. - Klieuw werd wel eens ongeduldig; hij wilde toch zó graag, dat hij nu óók kon vliegen!
Maar eindelijk gebeurde het toch eens op een dag, dat het hem lukte. Hij sloeg weer (zoals altijd) met zijn vleugels, en toen ineens voelde hij, dat hij de lucht in ging! En daar vloog hij, hoor! Voor 't eerst van zijn leven! - "Moeder, kijk eens! Klieuw vliegt!" riepen Kees en Liesbet tegelijk. Maar Moeder wàs al bij Klieuw om op te letten dat hij niet zou vallen.
Van alle kanten kwamen nu de meeuwen er bij. "Goed zo Klieuw. Flink zo!" riepen ze allemaal. Wat was Klieuw trots! En wat vond hij het fijn om ècht te vliegen!
Toen Klieuw eenmaal kon vliegen, ging hij ook op het strand zijn eigen eten halen. Hij liep dan aan de rand van het water te zoeken. En daarbij vond hij van alles!
Schelpen met de beesten er nog in, vissen, zeeappels, zeesterren en nog allerlei andere lekkere dieren. Hij vond er meestal veel meer dan hij op kon eten.
Op een keer kwam Klieuw een krab tegen. Hij had net honger. "Even die krab opeten," dacht hij. Maar daar had die krab helemaal geen zin in! Hij stak zijn twee knijpscharen uit en hield ze wijd open. Net twee sterke nijptangen!
Daar schrok Klieuw toch wel even van! "Loop maar door, kleine nijdas," zei hij. "Ik eet wel wat anders vandaag."