De sneeuwvlokjes

Geschreven door Annie de Man
Illustraties van Nans van Leeuwen (1900-1995)
Uitgegeven door Gebr. Kluitman-Alkmaar, 1953
Behorend tot de Zonnebloemreeks

Fragment uit het boek:
Daar kwam Rosalientje's vader binnen. In zijn hand droeg hij de mand met geschenkjes. Deze werd nu op de tafel voor de vriendinnetjes neergezet.
"Wie mag het eerst kiezen, Paps?", vroeg Rosalientje. "Dat mag moeder zeggen, besloot Paps.
"Mirrie", koos moeder, "daarna Jannie, vervolgens Sylvia en Rosalientje tot slot."
Daar zat Mirrie nu. Wat moest ze nemen? Het ene was nog aardiger dan het andere. Het waren echt van die leuke snuisterijtjes voor meisjes.
Eerst nam ze het lichtblauwe waaiertje eens op, beschilderd met rose roosjes. Zou ze dat nemen? Of dat leuke doosje met die helgekleurde steentjes. Wacht, daar zag ze nog een doosje. Het was van wit karton, met een ouderwets plaatje op het deksel. Het stelde twee meisjes voor, in lange wijde jurken. Grappig stond dat. Ze maakte het eens open en.....
"O, wat beeldig!" riep ze verrast, want op blauw pluche zag ze een paar oorbelletjes liggen. Ze waren van zilver met kleine schittersteentjes.
"Die neem ik", besloot ze toen.

Jannie's vrolijke zwemclub

Geschreven door Annie de Man
Illustraties van Nans van Leeuwen (1900-1995)
Uitgeverij Kluitman - Alkmaar
Boek uit de Zonnebloem-serie
Voor het eerst verschenen in 1951

Korte inhoud:
Jannie en haar vriendinnetjes richten een zwemclubje op. Inge's vader is de badmeester van het zwembad. Inge en haar oudere zus Ans wonen ook bij het zwembad, zodat het clubje heerlijk kan zwemmen als het bad voor anderen gesloten is. Als naam voor de club kiezen zij: Het Vrolijke Zwemclubje.
De moeders van de meisjes gaan de zwempakjes zelf breien. Vuurrood met witte letters erop geborduurd. De badmeester gaat figuurzwemmen met de meisjes oefenen. Joke, een meisje dat vroeger het beste kon zwemmen, is jaloers. Als Jannie een wedstrijd wint, beschuldigt zij Jannie en de badmeester van een valse start. Jannnie slaat haar, waardoor Joke met haar hoofd tegen het hek valt. Als Joke ziek wordt en de meisjes het trieste verhaal van Joke's leven horen, krijgen ze spijt en besluiten zij dat ook Joke lid mag worden van hun zwemclubje.

Fragment uit het boek:
Op straat aangekomen gaven Inge en Ans haar moeder een arm. Jannie, Ria, Greetje en Ollie volgden ook gearmd. Na even gelopen te hebben wees mevrouw: "Hier is het." Weldra stond het groepje in de wolwinkel. Verschillende meisjes stonden er te helpen. Daar kwam al een meisje naar mevrouw toe.
"Wat is er van uw dienst mevrouw?" vroeg ze beleefd.
"Mag ik wat verschillende kleuren rode wol van u zien?"
De helpster draaide zich om en nam uit de vakken die achter haar waren, wat knotjes te voorschijn.
"Alstublieft mevrouw," zei ze.
Eenparig viel de keus op een knotje vuurrood. Dit vonden de meisjes het allermooiste.
Mevrouw gaf het benodigde aantal knotten op. "En heeft u misschien ook een patroon voor een kinderzwempak?" vroeg ze.
"Maar mevrouw, dan heeft u veel te veel wol voor zo'n pakje."
"Ja, maar er moeten er ook zes uit," vertelde mevrouw. "Het is voor een zwemclub."
Veelbetekenend keken de meisjes elkaar aan. De helpster haalde een patroon voor de dag. "Maar heeft u er aan één wel genoeg, als het voor een club is?" wilde ze weten.
"Nu, als u het missen kunt, zou ik er graag vier hebben."
"Wacht u maar, dan laat ik ze wel even voor u typen."
En in die tussentijd drentelden de vriendinnetjes de winkel rond.
Daar kwam de juffrouw al weer terug. Gauw gingen de meisjes weer bij mevrouw staan.
"Nu nog een knotje witte wol," verzocht deze. "Weet je wel, voor het borduren," zei ze zacht tegen de meisjes.
Toen mevrouw betaald had verlieten ze met blij gemoed de winkel.

Mieke op de balletclub

Geschreven door Annie de Man
Geïllustreerd door Nans van Leeuwen (1900-1995)
Leeftijd 8 - 12 jaar
Uitgeverij Kluitman - Alkmaar
Boek uit de Zonnebloem serie
Voor het eerst verschenen in 1951

Korte inhoud:
Mieke is pas verhuisd. Haar nieuwe buren hebben vier dochterjes Gonnie, de oudste, de tweeling Lousje en Marijke en de jongste Anneke. Ze worden vriendinnetjes. Samen met Carla, het dochtertje van de dansleraar en lerares, vormen ze een balletclubje De vrolijke danseresjes en studeren samen dansjes in. Dit doen ze in de danszaal van Carla's ouders. In Schotse pakjes volgt dan de uitvoering.

Fragment uit het boek:
"Jullie hebben je die middag echt verdienstelijk gemaakt. Maar..." en nu werd mevrouws stem ineens ernstig, "weet je waar ik me toch wel over heb verbaasd? Dat je dat ene arme meisje, dat toch altijd in jullie nabijheid is, zo achteloos voorbij gaat."
De meisjes kregen een kleur als vuur. "Maar Beppie is toch geen arm meisje," waagde Gonnie toen zacht op te merken.
"Nee, Gonnie, niet in die zin, dat ze niet genoeg te eten krijgt of geen kleren genoeg heeft. Maar wel arm in het gemis van haar vader en het valt ook niet voor haar mee, om haar moeder altijd zo hard te zien werken. Als jullie thuiskomen, wachten jullie moeders op je met een kopje thee en Beppies moeder staat dan in een restaurant om voor haar en haar kinderen de kost te verdienen, wat bij jullie je vaders doen. Ik vind, dat dat meisje al heel wat meegemaakt heeft voor haar leeftijd. En zelf is ze ook erg flink, want wat staat ze niet altijd vriendelijk mee te helpen. Nee, ik heb alle bewondering voor haar.
Stil bleven de meisjes zitten na deze woorden. Ze voelden allen wel, dat mevrouw gelijk had.
"Ik heb er zo'n spijt van, mevrouw," zei Gonnie zacht, "maar ik heb er nog nooit zo bij gedacht."
"Ja Gonnie, dat begrijp ik wel, maar in het vervolg moet je goed nadenken, want jij bent de oudste en jij moet het goede voorbeeld geven aan de zusjes," zei mevrouw.
Ineens sprong Gonnie van haar stoel overeind.
"Mag....mag.....Beppie mee dansen?" vroeg ze toen, over haar eigen woorden struikelend. "Ze....ze mag....in mijn plaats....dan hoef ik niet meer mee te doen." Ze slikte eens even.
Mevrouw lachte haar eens toe. "Nu ben je een flinke meid,Gon." Ze gaf haar een hand. "Maar jij hoeft je plaats niet af te staan, jullie kunnen best met zijn zevenen dansen hoor."

't Is altijd Diddie

Geschreven door Annie de Man
Illustraties van Lies Veenhoven
Uitgeverij Kluitman - Alkmaar
Derde druk 1959
Zonnebloem-serie
Leeftijd 8 - 12 jaar

Korte inhoud:
Marijke, Annemieke, Sannie en Ollie zijn schoolvriendinnetjes en buurtjes. Margootje staat daar buiten. Het is een echte jokkebrok volgens Marijke. Ze schept voortdurend op en vertelt dingen die niet waar zijn. Dan komt er een nieuw meisje in de klas: Diddie. Het is een vrolijk en leuk meisje en als de meisjes horen dat ze uit een circusfamilie komt en tijdelijk bij haar tante Heintje woont, willen ze dadelijk vriendinnetje met haar worden. Diddie is echter al vriendinnetje met Margootje geworden omdat deze naast haar woont. Nu nemen de meisjes ook Margootje in hun groepje op om met Diddie te kunnen spelen.
Op de zolder van tante Heintje gaan ze oefenen aan rekstok en ringen om een circusvoorstelling te gaan geven. Omdat Marijke nu wat vaker met Diddie op zolder oefent en de andere meisjes verwaarloost, wordt Ollie jaloers: 't Is altijd Diddie! Ollie is niet zo lenig en moet volgens Diddie maar voor clown (domme August) gaan oefenen. Dat steekt haar. Ollie's vader heeft een boekwinkel waar de meisjes voorheen vaak speelden, maar daar heeft Marijke nu geen tijd meer voor. Dan vertelt op een dag Margootje aan Marijke dat Diddie een boek met circusplaten uit de winkel van Ollie's vader gestolen heeft. Dat is de breuk in de vriendschap. Op een koude winterdag gaan Diddie en Marijke samen schaatsenrijden. Ze ontmoeten ook de andere meisjes op het ijs en zien hoe Ollie door het ijs zakt. Dan is het Diddie, die Ollie redt en wordt de ruzie uitgesproken. Het blijkt dat Margootje weer eens gejokt heeft en Diddie wordt van alle blaam gezuiverd.
Margootje gaat voortaan naar een andere school en Diddie gaat weer bij haar ouders wonen die nu een manege zijn begonnen. Daar leren de meisjes nu ponnyrijden en geven tot slot ook nog een galavoorstelling op de paardjes voor arme kinderen.

Fragment uit het boek:
"Maak de kring eens wat ruimer jongens, dan komen we er ook bij," verzocht Lousje vrolijk. Niemand bewoog, de meisjes keken elkaar aan, hier en daar lachte er een spottend.
"Jij kunt er wel bij komen Lous," zei Ollie, "maar op het gezelschap van die twee daar zijn we niet gesteld."
"Toe, doe niet zo flauw," zei Lousje goedig. Ze had wel iets van de ruzie gehoord, maar van de verdenking die op Diddie rustte wist ze niets.
"Voor geen tien rolletjes pepermunt," smaalde Margootje, die nu helemaal de zijde van Ollie gekozen scheen te hebben.
"Gaan jullie maar zitten," zei Diddie zacht, "ik zal wel weggaan."
Marijke zag een traan in haar donkere ogen glinsteren. "Nee," sprak ze vastbesloten, "ik laat je niet in de steek. Het zijn akelige kinderen, allemaal."
"Hahaha," lachte Margootje spottend.
Dat was te veel voor de driftige Marijke en ze liep op haar toe en gaf haar een stomp.
"Dáár, lelijk vals nest."
Dat liet Margootje natuurlijk niet op zich zitten en het zou een hele vechtpartij zijn geworden, als de mijnheer die in het gebouw toezicht hield, niet tussenbeide gekomen was.
"Vooruit allemaal," riep hij bars. "Vechtersbazen kan ik hier niet gebruiken."
De meisjes stoven naar buiten, langzaam volgde Marijke met Diddie en Lousje.
"Wat is er toch?" vroeg Lousje verwonderd. "Waarom zijn ze toch zo kwaad op jullie?"
Diddie haalde haar schouders op. "Ze willen met mij niet meer omgaan, omdat ik een circuskind ben. Ollie en Margootje hebben andere kinderen opgestookt. Ik zal wel naar huis gaan."Meteen maakte ze aanstalten om haar schaatsen af te binden.
"Nee hoor," barstte Marijke los, "dat is het helemaal niet. Ze zeggen....... ze zeggen, dat jij een boek gestolen hebt in de winkel van Ollie's vader. Een mooi boek met platen over het circus. Dát is het. Ik heb het aldoor niet durven zeggen, maar nu hebben ze de hele klas opgestookt. O wat geméén." Marijke barstte in snikken uit. "O, Diddie hoe kón je het doen!"
Diddie keek van Marijke naar Lousje en toen hakkelde ze: "Een boek gestolen? Ik heb helemaal geen boek gezien met platen van het circus!"
"Margootje zegt dat Ollie het zelf heeft gezien," stamelde Marijke onder het snikken door.
Nu eerst scheen Diddie alles te begrijpen. Ze stampte op de grond van boosheid en haar donkere ogen fonkelden van drift.
"Ik heb helemaal geen boek gestolen! Al ben ik een circuskind, ik ben even eerlijk als jullie. Ik ga meteen naar de politie. Ik zal maken dat Ollie in het spekhok komt, wat geméén!"