Door Ben Stroman, (1902-1985)Voor Irene en Clara en ook voor Elly
Korte inhoud:
De Stoomboot uit Spanje was getorpedeerd, toen Sint Nicolaas suikergoed en marsepein was gaan halen, Nu had hij geen Stoomboot meer en in Spanje kon hij geen nieuwe laten bouwen, omdat het overal oorlog was. Daarom vloog Sint Nicolaas met een vliegmachine naar de kindertjes in Nederland. Hij kon nu lang niet zoveel meenemen, daarom moest hij zelf alles gaan kopen. Zwarte Piet had nog zo gezegd: "Doe het niet, monseigneur," "doe het niet, want de moffen...." Toen was Sint Nicolaas boos geworden. "Wat is dat voor taal? Dat wil ik niet meer horen! Die mensen heten niet moffen, zij heten Duitsers!"
In Nederland aangekomen, landde hij samen met de Opper-Piet, een dove Piet en nog vier andere Pieten, per parachute op het erf van een "goede" boer. Toen Sint Nicolaas de volgende dag de stad inging hoorde hij zulke nare dingen en zag hij de ellende waarin de mensen leefden, dat hij besloot, tenminste voor de kinderen, eten te gaan zoeken. Op de fiets gingen Sint Nicolaas en Zwarte Piet de volgende morgen de boer op. Ze gingen van boerderij naar boerderij, doch overal werden ze weggejaagd, uitgescholden en deuren werden er voor hun neus dichtgesmeten. Bij een boerin gekomen, snauwde zij dat ze de mooie mantel wel wilde hebben in ruil voor een pond boter en een kaas. Bij een andere boer kregen ze een mud tarwe voor Sint Nicolaas' linnen koorhemd. Zo sjouwden zij rond in de nacht en slipen uitgeput in het hooi. De volgende morgen trokken ze verder en voordat de dag voorbij was, liep Sint Nicolaas in zijn lange jaeger onderbroek. Zijn mijter had hij geruild voor een pond bruine bonen. Ook van Piets prachtige pak waren de boeren niet afgebleven, eerst zijn muts met struisvogelveer, voor een uitgaanshoed voor een boerin, zijn buis met lovertjes voor hun kinderen en zijn zwart satijnen broek, geschikt als directoire voor de boerendochter. Zo liep Piet ook in zijn onderbroek en borstrok.
Toen werden ze door een soldaat van de Deutsche Wehrmacht tegengehouden, die de eeuwenoude kromstaf, versierd met prachtige juwelen, in beslag nam, onder het motto dat er geen cultuurgoed verloren mocht gaan.
Moe en koud keerden zij tenslotte terug bij boer Goedegebuur, waar zij het slechte nieuws te horen kregen dat de dove Piet, toen hij 's avonds na 8 uur een wandelingetje wilde maken, doodgeschoten was, omdat hij niet gehoord had dat een Duitse schildwacht hem had teruggeroepen.
Toen kon Sint Nicolaas niets meer zeggen, verslagen viel hij op zijn bedstee neer en viel in slaap. Ook de volgende dag bleven Sint Nicolaas en Zwarte Piet in bed. De boer bracht met zijn fiets het eten naar de arme mensen, met de groeten van Sint Nicolaas.
De dag daarop landde het vliegtuig uit Spanje weer op het Braasemermeer om Sint Nicolaas en de Pieten weer op te halen. Allemaal - op 1 na - stapten ze in en vlogen terug naar Spanje.
"Volgend jaar, als de lichtjes weer branden, er weer gas is en hooi voor het paard, als er weer snoepgoed en speelgoed is, dan komen we terug. Als de moffen wegzijn," sprak Sint Nicolaas.
"De Duitsers," zei Piet ondeugend.
"De moffen!" zei Sint Nicolaas nadrukkelijk.

Dat zou allemaal nog niet zoo erg zijn geweest, als Sint Nicolaas maar niet met de kindertjes had gepraat. De kindertjes waren dikwijls zoo verdrietig geweest als Sint Nicolaas nog nooit kindertjes had gezien. Het eerste kindje, dat hij toesprak, zei met een heel zielig stemmetje: