
Juffrouw Knipscheer en haar vier Wonderkippen - Deel 4
Door B. Kok, (1890-1947)
Illustraties: B. Kok en R. van Looy
Drukkerij J. van Broekhoven, Utrecht
A. W. Bruna & Zoon's Uitgeversmaatschappij - Utrecht, 1946
In de Wonderkippen - Serie verschenen:
1. Het avontuur van de vier wonderkippen en de stoute kat
2. Het avontuur van de vier wonderkippen en het huisje in het bos
3. Het avontuur van de vier wonderkippen en de vliegmachine
4. Het avontuur van de vier wonderkippen en den bozen houthakker
Korte inhoud:
De vader van Juffrouw Knipscheer, die vroeger meer dan 1000 kippen had, was door tegenslag erg arm geworden, zodat hij, op vier na, alle kippen had moeten verkopen. Die vier kippen, die echte wonderkippen waren, liet hij bij zijn dochter op de boerderij achter, toen hij naar Amerika vertrok om daar weer geld te gaan verdienen.
Juffrouw Knipscheer kende uitstekend "KIPS". Zo kon zij niet alleen de kippen verstaan, doch kon ook de kippentaal spreken. Nodig was dat in de regel niet, want Mie, Rie, Pie en Sophie waren zelf zo slim en knap dat ze haar ook goed begrepen als ze gewoon Hollands sprak.
Fragment uit het boek:
Zo stonden Zwarte Bart en z'n vrouw nog een paar minuten tegen elkaar te mopperen en te schreeuwen, toen de houthakker opeens de ladder en het op een kier staande luik in het oog kreeg. Tot overmaat van ramp kwamen door de tocht twee prachtige blauwe veren, die Sophie verloren had, plotseling naar beneden waaien en nu was het geheim van de ontvluchting der wonderkippen ontdekt.
"Ha," riep de boze houthakker uit, "die zijn natuurlijk tegen de ladder opgekropen en hebben zich op de zolder verstopt! Maar nu zal ik ze krijgen, die brutale kippen!"
Toen rende hij tegen de ladder op, duwde met z'n schouders het luik helemaal open, zodat dit met een harde klap op de zoldervloer neerviel en kroop door het gat.
Maar ook hier was "geen kip" te zien en bijna gaf hij de moed op, toen hij plotseling ontdekte, dat er een pan uit het dak ontbrak!
O, o, wat stond die Zwarte Bart toen te schelden en te schreeuwen! De wonderkippen, die achter de schoorsteen vol spanning op hun redders wachtten en die het vreselijke getier van den houthakker natuurlijk heel goed hoorden, sidderden van angst.
Daarop nam de booswicht een bezem, die in een hoek van de zolder stond en probeerde door het gat op het dak te kruipen. Maar toen zijn hoofd en armen er door waren, kon hij gelukkig niet verder, want daarvoor was hij veel te groot. Al spoedig ontdekte hij Mie, Rie, Pie en Sophie, die nu zo ver mogelijk achter de schoorsteen en achter de nok van het dak wegkropen. Nu probeerde de houthakker hen met zijn bezem naar beneden te slaan, waar die nare Griet stond te wachten om ze op te vangen.