Verteld en getekend door B. Midderigh-Bokhorst (1880-1972)
Voor het eerst uitgegeven in 1922 onder de oorspronkelijke titel:
Hoe Wortelmannetje de wereld zag
De serie bestaat uit 3 boeken:
Deel 1: Wortelmannetje gaat op reis, 1941
Deel 2: Wortelmannetje geeft een feest, 1941
Deel 3: Wortelmannetje gaat naar Elfenland, 1943
Korte inhoud:
In een holletje tussen de wortels van een oude denneboom, woont een klein mannetje: Wortelmannetje genaamd. Hij had de hele dag niets anders te doen, dan te zorgen, dat de wortels, heel diep onder de grond, het voedsel vonden, dat de den nodig had.
Op een dag kreeg hij bezoek van een oude Raaf, die hem vreemde verhalen vertelde over dingen die in de wijde wereld gebeurden.

Fragment uit het boek:
Kijk, daar zag Wortelmannetje een grote glinsterende plek. "Dat is nu het water," zei de Kikker, "wacht even, daar zie ik een lekkere libel, die zal ik meteen eens snappen."
"Hè, dat mooie blauwe diertje," zei Wortelmannetje, "wou je dat opeten? Wat jammer, laat 't maar leven, toe."
"Mooi, mooi, wat geef ik om mooi," bromde de Kikker, "lekker is het en opeten zal ik het en daarmee uit."
Juist wilde hij er met een sprong op afgaan, toen hij ineens twee lange rode poten tussen 't riet te voorschijn zag komen.
"Kwak, kwak, help, help,," riep de Kikker, "de Ooievaar!" Hup daar sprong hij midden in de Plas! Pats, daar spartelde het arme Wortelmannetje ook in het water. Brr, wat was dat koud en nat! Gelukkig kon hij zich vastgrijpen aan een rietstengel. Hij klauterde zo hoog mogelijk naar boven en klappertandde van schrik.
Na een poosje stak de Kikker voorzichtig zijn kop boven water. "Sst, blijf daar stil zitten, straks als de Ooievaar weg is, kom ik weer bij je en gaan we prettig zwemmen," kwaakte de Kikker zachtjes.
"Neen, hoor, dank je wel, ik weet nu al wat water is, ik heb er al genoeg van," zei Wortelmannetje. "Dank je vriendelijk voor 't dragen, maar nu ga ik niet verder mee." Heel voorzichtig klauterde Wortelmannetje van de ene halm op de andere, hij gleed nog tweemaal in 't water en krabbelde er met veel moeite weer uit. Gelukkig, daar was hij eindelijk op 't droge. Daar ging hij een poosje in de zon liggen om uit te rusten en z'n natte kleertjes te laten drogen.
Korte inhoud:
Geschreven en geïllustreerd door B. Midderigh-Bokhorst (1880-1972)De maandelijkse belevenissen van het Elfje Krulkuif en zijn kleine zusje in alle maanden van het jaar. Elke maand heeft een eigen seizoensgebonden verhaaltje in dichtvorm en een geïllustreerde naastliggende bladzijde.
September
"Maar rupsje, maar rupsje, wat heb je gedaan?
Wat ben je nu toch aan het schrokken gegaan!
Je eet maar, je vreet maar, en elk die je ziet
Denkt:"Foei, wat een veelvraat!" zeg, schaam je je niet?
Eén tak is al kaal en ṭch eet je maar door
Ik vind je een vrees'lijke gulzigaard, hoor!"
"Krulkuif, och Krulkuif, wat moet ik dan doen?
Ik moet toch mijn maagje wel vullen met groen?
Bloemen en knopjes, daar kom ik niet aan.
Die laat 'k voor bijen en vlindertjes staan.
Nù moet 'k flink eten, straks word ik een pop.
En dàn vlieg ik zelf als een vlindertje op.
Dàn heb 'k aan honing genoeg, net als zij.
Krulkuif, toe, wees nu niet boos meer op mij!"