Korte inhoud:
Toen het onoverwinnelijke Germaanse leger elastisch terugtrok naar het grote Vaderland, nam een der dappere Engelandvaarders het laatste stukje speelgoed van Keesje Holland mee.
"Dat zal je berouwen," zei Keesje, maar de Edelgermaan had geen tijd om te antwoorden, spurtte haastig weg en liet Keesje staan.
Dat was het begin van Keesjes avontuur.
Fragment uit het boek:
Toen ze een eindje gereden hadden, zagen ze 'n leeuw.
"Schiet!" riep Keesje. "Dan heb ik een souvenir om mee te nemen."
Maar het was niet nodig. Zodra de leeuw de dreigende loop van de Britse tank zag, stak hij zijn poten in de lucht en riep:
"Niet schieten, niet schieten, ik ben nooit van de partij geweest!"
De leeuw moest zijn jasje uittrekken en bleek toen een Duits officier te zijn, die daar in de woestijn rondzwierf, wachtend op Generaal Rommel, die gezworen had terug te zullen komen.
"Wat zit er onder je jasje?" vroeg de tankcommandant.
De Edelgermaan haalde een kistje Hollandse sigaren en een Goudse kaas voor de dag.
"Ha," zei Keesje. "Die sigaren neem ik mee voor mijn vader. Dan hoeft hij geen eigen teelt meer te roken. En die Goudse kaas is fijn voor mijn moeder."
Toen kwam er nog een fles Schiedam te voorschijn, maar daar legden de dorstige Tommies beslag op.
"Ik geloof dat de Duitsers aardig wat gestolen hebben in Holland," zei een der Engelsen.
"Geeft niks," zei Keesje. "We halen alles driedubbel en dwars terug!"