Bas Banning

Bas Banning Bas Banning
en de Tour de France

Geschreven door A. van Aardenburg
Tekeningen, bandontwerp en omslag van J. Giling
Uitgever De Fontein - Utrecht, 1957

A. van Aardenburg is het pseudoniem van H. Pijfers, geboren in 1923.

Spannende avonturen van een doodgewone jongen

Andere Bas Banning boeken:
Bas Banning en de autosmokkelaars, 1956
Bas Banning en de zwarte ruiter, 1957
Bas Banning en de vliegende cowboys
Bas Banning en de geheimzinnige kabelbaan
Bas Banning en het spaanse galjoen, 1957
Bas Banning en de DAF-600
Bas Banning en de geheime raket, 1958
Bas Banning en de Rode hand, 1959
Bas Banning en de zweefmannen, 1960
Bas Banning en de schatgravers, 1960
Bas Banning en de verdwenen Rembrandt

Bas Banning, een HBS scholier, woont in een gezin met jongere broer Rob en zusje Paula. Zijn leraar Staal heeft vakantiewerk voor hem. Zijn zwager, de vrijgezel, Heiligers, is persfotograaf en zoekt een duvelstoejager. Zo belandt Bas in de meest gevaarlijke avonturen, die gelukkig goed aflopen.
In latere delen is Bas het allerjongste lid van de redactie van De Morgen en woont hij op kamers bij meneer Heiligers. De chef-redacteur, meneer Lagerwei, bijgenaamd "de Toeter", stuurt Bas dikwijls op werk af, waardoor hij weer spannende avonturen beleeft.

Fragment uit het boek:
"Waar zijn de films?" vroeg nummer twee. "Die," wees hij ten overvloede op de eerste foto aan. "Ze zijn van ons gestolen." Bas bleef zwijgen.
Bas Banning Wat moest hij van dit alles denken? Hij wist nu wat meer, maar het raadsel was er slechts groter door geworden. Westers was hem altijd sympathiek geweest, maar moest hij nu aannemen dat de renner hem misleid had en dat hij geen eerlijk spel speelde? Maar waren die beide kerels, die eruit zagen als beroepsboeven, inderdaad de lammetjes van onschuld waarvoor zij wilden doorgaan? Dat viel moeilijk te verteren. Toch was de schijn erg tegen Jan Westers. Misschien speelden de renner en deze twee kerels allebei oneerlijk spel. Hij was er maar de dupe van. Hij zat er tussen.
"Nou!" drong nummer een aan.
"Nou!" voegde nummer twee eraan toe. Nummer een knakte weer met zijn vingers. Nummer twee begon ijzig langzaam zijn zwarte rouwnagels schoon te maken met een vlijmscherp mes. Bas zweeg. Had Westers hem maar iets verteld. Wist hij maar wat er op die microfilms stond.
"Wanneer het niet goedschiks gebeurt, dan kwaadschiks," zei nummer een, en stond op.
Onverhoeds pakte hij de hand van Bas in zo'n venijnige jiu-jitsugreep, dat Bas het wel moest uitgillen van pijn....